Beleggers in private equity kunnen aan de meerwaardebelasting ontsnappen dankzij een bestaand fiscaal voordeel. De regering lijkt dat voordeel niet te willen aanpakken, waardoor beleggers in alle andere financiële activa ongelijk behandeld worden.
De nieuwe meerwaardebelasting geldt in principe voor alle particuliere beleggers die meerwaarden realiseren op financiële activa zoals aandelen, obligaties, fondsen, ETF’s, beleggingsgoud enzovoort. De regering onderhandelt momenteel over de laatste details van de wet.
Beleggers in private-equityfondsen daarentegen lijken aan de nieuwe belasting te kunnen ontsnappen. Onder de huidige regels zijn ze namelijk vrijgesteld van belastingen op de winsten en de meerwaarden die ze van private-equityfondsen krijgen uitgekeerd. Die fiscale vrijstelling geldt voor het voornaamste statuut waaronder de meeste Belgische private-equityfondsen actief zijn, namelijk de private privak, languit de privaatrechtelijke beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal.
Dat fiscale voordeel van de privak lijkt niet te veranderen of te vervallen onder de nieuwe meerwaardebelasting. Beleggers in private-equityfondsen zullen bijgevolg niet onder de nieuwe meerwaardebelasting vallen. Zo lezen een aantal fiscale advocaten het wetsontwerp en de bijbehorende toelichtingen die daarover op tafel liggen en waarover het parlement nog moet stemmen.
Dat fiscaal voordeel geldt voor natuurlijke personen die beleggen in een private-equityfonds. Voor wie daar via een vennootschap in belegt, zijn de regels anders.
Gunstregime
Dat fiscale voordeel hangt samen met de manier waarop een private-equityfonds zijn winsten uitkeert aan zijn investeerders-aandeelhouders. Dat gaat in grote lijnen als volgt. Stel, een particuliere belegger investeert 1 miljoen euro in een private-equityfonds dat tijdens zijn looptijd in waarde verdubbelt. Trek daar de beheerkosten en de prestatievergoedingen voor de fondsbeheerders van af, dan heeft die particuliere belegger aan het einde van de rit bijvoorbeeld recht op 1,8 miljoen euro, 1 miljoen initiële inleg en 0,8 miljoen meerwaarden of winsten.
Als het fonds die 0,8 miljoen euro uitkeert als een dividend, oftewel een winstuitkering, en die winst komt voort uit meerwaarden die het fonds heeft gerealiseerd op zijn eigen aandelenparticipaties, dan moet die particuliere belegger daar geen roerende voorheffing op betalen. Dat terwijl op klassieke dividenden een roerende voorheffing van 30 procent geldt.
Die vrijstelling is er indertijd gekomen om het speelveld tussen private-equityfondsen en rechtstreekse aandelenparticipaties in private bedrijven gelijk te trekken. Toen was er nog geen meewaardebelasting. Wanneer iemand rechtstreeks in aandelen van een bedrijf investeerde en die later verkocht met een meerwaarde, dan was die meerwaarde dus onbelast.
Als diezelfde persoon dat geld in een private-equityfonds had belegd en dat fonds keerde de winsten die het daarmee maakte achteraf uit als dividend, dan was daar een roerende voorheffing van 30 procent op verschuldigd. Met andere woorden, wie haar of zijn beleggingen in private bedrijven professioneel via een fonds liet beheren, werd daarvoor fiscaal afgestraft. Daarom is er, met het oog op fiscale neutraliteit, via een koninklijk besluit een vrijstelling van roerende voorheffing gekomen op winsten die een privak uitkeert die voortkomen uit aandelenmeerwaarden.
Opnieuw ongelijk speelveld
Het gros van de winsten die private-equityfondsen uitkeren, komt in aanmerking voor die vrijstelling, want de kerntaak van private-equityfondsen bestaat eruit meerwaarden te realiseren door te beleggen in private bedrijven.
“Het wetsontwerp over de nieuwe meerwaardebelasting heeft aan die vrijstelling niet gesleuteld”, zegt Denis-Emmanuel Philippe, fiscaal advocaat bij Bloom Law. Voor de liefhebbers-juristen: het gaat om artikel 106, paragraaf 9 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van de inkomstenbelasting van 1992 (KB/WIB92). Het wetsontwerp van de meerwaardebelasting en de bijbehorende memorie van toelichting reppen met geen woord over dat artikel of die vrijstelling, dus lijkt die te blijven bestaan.
Trends stelde de vraag aan het kabinet van de minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) en de regeringspartij Vooruit, maar beide wilden niet reageren. Trends sprak ook verschillende fiscale advocaten gespecialiseerd in de privak, maar ook zij wilden geen duiding geven omdat hun cliënteel uit de private-equitysector er zo weinig mogelijk aandacht voor wilt.
Als dat fiscaal voordeel standhoudt, dreigt de omgekeerde situatie van waarvoor het in leven is geroepen. Onder de nieuwe meerwaardebelasting zal een particuliere belegger die meerwaarden realiseert op aandelen van een enkel bedrijf daar wel 10 procent op moeten betalen, terwijl beleggers in private-equityfondsen buiten schot blijven.
Daarmee heeft de nieuwe meerwaardebelasting geen impact op private equitybeleggers, volgens Denis-Emmanuel Philippe “De return van particuliere beleggers is vaak onder de vorm van zo’n belastingvrij dividend. Zij zullen enkel een maarwaardetaks van 10 procent moeten betalen als ze hun aandelen in een privak overdragen aan een derde, maar dat gebeurt zelden”, zegt hij. De vraag is of de nieuwe wet daarmee in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en de fiscale neutraliteit.
Volgens Jan Alexander, secretaris generaal bij Private Capital Belgium, de sectorvereniging van private equity, is die vrijstelling ook onder de nieuwe meerwaardebelasting nog gerechtvaardigd. “Er staat 330 miljard euro aan spaargeld op Belgische rekeningen. Het is belangrijk om dat onder meer richting risicokapitaal te mobiliseren om tegemoet te komen aan de economische en maatschappelijke uitdagingen rond klimaat, innovatie, productiviteit enzovoort. Dat fiscaal voordeel kan helpen om particuliere beleggers daartoe te motiveren”, zegt hij.
Kleine belegger benadeeld
Ook het speelveld met particulieren die in beursgenoteerde aandelen of aandelenfondsen beleggen, wordt ongelijk. Zij vallen ook onder de nieuwe meerwaardebelasting. Die treft daarmee kleine en minder vermogende beleggers harder, want private-equityfondsen zijn vooral voorbehouden voor grote vermogens. De minimale instapbedragen beginnen daar bij een paar honderdduizend euro’s. Het wettelijke minimale instapbedrag bij een private privak is 25.000 euro.
“Het valt ons op dat niet alle vormen van beleggen en investeren even sterk in het vizier van de meerwaardebelasting vallen. Er ligt veel nadruk op de beleggingen waar vooral het gewone retailpubliek in is belegd”, zegt Ben Granjé, de CEO van de Vlaamse Federatie van Beleggers, de vereniging van particuliere beleggers.
“De meerwaarde die in de vorm van een dividend wordt uitgekeerd, moet onderworpen worden aan dezelfde regels als de rest van de financiële activa die onder de meerwaardebelasting vallen”, zegt Kamerlid Dieter Van Besien die voor Groen de meerwaardebelasting opvolgt. “Het zou niet logisch zijn dat die onbelast zouden blijven. Dat creëert een ongelijke situatie, en dat gaat in tegen de logica van de belasting die wordt ingevoerd. Het is duidelijk dat de huidige regeling moet worden aangepast.”
Ook Kamerlid Vincent Van Quickenborne van Anders is verrast. “Dit is het zoveelste bewijs dat die meerwaardebelasting zo complex in elkaar zit dat er allerlei loopholes in zitten. Als je voor één taks 272 bladzijden nodig hebt, is dat het logische gevolg. Het zou mij trouwens niet verwonderen als er nog achterpoortjes opduiken. De enige conclusie is dat advocaten hier veel geld aan zullen verdienen”, zegt hij.
“De vraag is of er bij private equity überhaupt vaak sprake zal zijn van belastbare meerwaarden op aandelen”, zegt Anton van Zantbeek, fiscaal advocaat bij Rivus. Beleggers in een private-equityfonds storten hun kapitaal in schijven naar dat fonds en ze krijgen dat kapitaal samen met de winst na verloop van tijd ook in schijven teruggestort. “Maar de hele tijd houden ze hun belang in de investering aan. Wanneer dat fonds aan het einde van de rit al het kapitaal en alle winst heeft uitgekeerd, is er geen waarde meer, laat staan een belastbare meerwaarde. Alle geld is al teruggevloeid in de vorm van kapitaalverminderingen, terugbetalingen van leningen, dividenden of intresten.”
Succes van de privak
Het gunstregime van de private privak is ingevoerd om investeringen in Belgische en Europese kmo’s aan te zwengelen. Het is ingevoerd om professioneel beheer van private-equityfondsen in België aan te moedigen en daar kapitaal van binnen- en buitenland voor aan te trekken. Dat is heel succesvol gebleken. De zakenkrant De Tijd berichtte vorig jaar nog dat het aantal privaks in ons land tussen 2021 en 2025 is verdubbeld tot 268.
De financiële toezichthouder FSMA ziet met enige ongerustheid de appetijt bij particuliere beleggers voor private equity groeien. “VFB begrijpt die bezorgdheid en ziet in dat segment ook een gebrek aan toezicht en transparantie. Tegelijk begrijpen we dat beleggers rendement zoeken en daarin vrij willen zijn”, zegt Ben Granjé, CEO bij VFB. “De overdaad aan belastingen op beleggingen duwt beleggers naar alternatieve oplossingen en investeringsvehikels. We zien nieuwe intermediaire structuren rond private equity ontstaan, waartoe ook kleinere vermogens toegang krijgen, buiten de beurs om en zonder toezicht. Dat brengt een hoger risico op ongelukken mee.”
De privak is evenwel niet het enige vehikel waarmee Belgische particulieren in private-equityfondsen beleggen, stelt Anton Van Zantbeek. “Er zijn ook talloze buitenlandse private-equityfondsen, waarin Belgen beleggen en die onder heel diverse statuten werken. Sommige zijn gevestigd in fiscaalvriendelijke jurisdicties. Dat maakt het allemaal heel complex voor de belegger en dus ook voor de fiscus om te bepalen onder welk type inkomsten de uitkeringen, de winsten en de meerwaarden van die buitenlandse fondsen vallen en welke taksen daarop gelden”, legt hij uit.
Journalist Jef Poortmans
Lees ook het artikel in de Trends-knack
Beleggers in private equity ontsnappen aan de meerwaardebelasting
