In een gezamenlijke brief waarschuwen familiebedrijven voor de toepassing van de meerwaardebelasting na de schenking van de aandelen aan de kinderen via een maatschap. ‘De belasting kan de continuïteit van familiebedrijven ernstig aantasten’, luidt het.
De maatschap is een vaak gebruikt vehikel door familiebedrijven, omdat ze heel eenvoudig kan worden opgericht en de mogelijkheid biedt aandelen van het bedrijf te schenken aan de kinderen en tegelijk als ouders de controle over het bedrijf te behouden. De aandelen worden dan ingebracht in een maatschap. De kinderen kunnen economisch aandeelhouder worden van de maatschap en de ouders behouden de beslissingsbevoegdheid over de maatschap en onderneming. De structuur is fiscaal transparant: de opbrengsten worden belast bij de personen in de maatschap.
Die structuur dreigt met de meerwaardebelasting een fikse tik te krijgen, waarschuwt de federatie van Belgische familiebedrijven FBN in een brief die dateert van 21 januari. Dat komt doordat de aandelen van het bedrijf binnen de maatschap in onverdeeldheid zitten. Op een moment dat de ouders de controle willen lossen en de maatschap opgedoekt wordt, moet er doorgaans uit die onverdeeldheid worden getreden om de uitoefening van de stemrechten mogelijk te maken.
Onverdeeldheid
Net op het moment dat er uit onverdeeldheid wordt gegaan, kan de meerwaardebelasting van toepassing zijn, ook al blijven de aandelen technisch in dezelfde handen. Bij familiebedrijven die stevig groeien, kan de meerwaarde in enkele jaren fors oplopen, waardoor die belasting een hoog bedrag wordt. Ze meteen moeten betalen zonder dat de aandeelhouders zelf de meerwaarden realiseren, zal in vele gevallen een grote uitdaging zijn. Het voorontwerp van wet voorziet wel in een expliciete vrijstelling van meerwaardebelasting als er binnen drie jaar uit onverdeeldheid wordt getreden na overlijden en echtscheiding, maar niet na een schenking.
Dat heeft tot gevolg dat ‘in veel gevallen de onverdeelde eigenaars gedwongen zullen worden de onderliggende vermogensbestanddelen te verkopen, tegen de eigen wens in, of onnodig gelden te onttrekken aan de operationele structuur om de belasting te kunnen betalen’, luidt het in de brief, die gericht was aan de leden van de commissie Financiën.
Fiscaal advocaten onderschrijven de problematiek. ‘In de wetteksten vinden we geen bevestiging dat uit onverdeeldheid treden na schenking belastingvrij is’, zegt Griet Vanden Abeele, advocate van Tiberghien. ‘Als de aandelen in onverdeeldheid zitten bij kind A en kind B, dan heeft elk kind de helft van elk aandeel. Als er uit onverdeeldheid wordt gegaan, dan krijgt kind A de helft van de volledige aandelen en kind B de andere helft. Technisch gaat het dus om een ruil en een verschuiving van aandelen, waardoor het de meerwaardebelasting kan triggeren’, zegt ze
Mark Delanote, professor fiscaal recht aan UGent, bevestigt dat de meerwaardebelasting van toepassing is in zo’n scenario, ook al zijn de deelnemingsverhoudingen niet gewijzigd. ‘De bekommernis van familiebedrijven is dat de maatschap, die niet bedoeld is voor fiscale optimalisatie maar om het vermogen en de controle erop binnen een familie te structureren, fiscale implicaties krijgt, ook op momenten dat er binnen de familie geen sprake is van overdracht’, zegt hij.
Obligaties
Ook Denis-Emmanuel Philippe, advocaat van Bloom, wijst op de mogelijke toepassing van de meerwaardebelasting als de maatschap wordt opgedoekt en de vennoten de vermogensbestanddelen onder elkaar verdelen. ‘Het hoeft zelfs niet in het kader van een schenking te zijn. Het principe geldt evengoed wanneer twee personen een maatschap oprichten en elk bijvoorbeeld een beleggingsportefeuille inbrengt.’
‘De ontbinding van de maatschap kan dan in bepaalde omstandigheden tot een wijziging van de eigendomsverhoudingen leiden, in het bijzonder bij een ongelijke uittreding (elke vennoot ontvangt de helft van het vermogen van de maatschap in volle eigendom). In dat geval kunnen belastbare meerwaarden worden verwezenlijkt bij de ontbinding. Het is toch gek dat een vennoot 10 procent meerwaardebelasting aangerekend kan krijgen bij de ontbinding van de maatschap, terwijl hij gewoon de vermogensbestanddelen terugneemt die hij voorheen in de maatschap heeft ingebracht’, zegt hij. Philippe wijst er wel op dat de meerwaardebelasting kan worden vermeden als de vennoten in dezelfde verhouding onverdeeld eigenaar blijven, zoals minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) ook al in de Kamercommissie heeft aangehaald.
Belangrijk is dat de meerwaardebelasting bij een maatschap niet alleen wordt getriggerd als er uit onverdeeldheid wordt gegaan. Ook bij een inbreng van bijvoorbeeld obligaties is er sprake van een meerwaardemoment. ‘Alleen de inbreng van aandelen is vrijgesteld. Wie bijvoorbeeld een beleggingsportefeuille met obligaties inbrengt in de maatschap, zal op het moment van instap belast worden op latente meerwaarden op de obligaties’, zegt Philippe.
Journalist Peter Van Maldegem
