Er steekt een storm op rond de wereldwijde minimumtaks voor multinationals, nu in Europa het besef doordringt dat de economische grootmachten elders in de wereld niet volgen. ‘In plaats van investeringen aan te trekken, worden we het fiscale politiekorps van de wereld.’
Bedrijven hebben in ons land de voorbije twee jaar al voor 60 miljoen euro voorafbetalingen gedaan op de minimumbelasting voor multinationals, maar de belasting zelf – waarover de rijke landen in 2021 een akkoord bereikten – is in een storm aan het belanden.
‘De fiscale administratie kan met moeite volgen en de kosten voor bedrijven zijn gigantisch’, stelt Luc De Broe, emeritus hoogleraar KU Leuven. ‘Ondertussen spelen wij de fiscale politieman van de wereld, terwijl we onze concurrentiekracht ondergraven.’
Bij de federale overheidsdienst Financiën werden de voorbije jaren 120 mensen gezocht om de belasting te kunnen innen, legde federaal minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) deze week in de Kamer uit. 77 zijn er effectief in dienst, met een jaarlijkse kostprijs van 6,2 miljoen euro.
De essentie
- De rijke landen kwamen in 2021 overeen een minimumbelasting voor multinationals in te voeren.
- De EU-landen deden dat, maar de VS, China en India niet.
- Bovenop de complexiteit van de taks komt nu de vrees dat de EU een concurrentiekrachtnadeel voor zichzelf heeft gecreëerd.
- Op Europees niveau komt een evaluatie van de taks, zegt de federale regering.
Aan de andere kant staan de kosten voor bedrijven. ‘Ik heb cliënten die puur voor de aangifte van de belasting al meer dan 1 miljoen euro hebben betaald aan consultants’, zegt Denis-Emmanuel Philippe, advocaat van Bloom Law. ‘Anderen hebben honderdduizenden euro’s betaald, om te ontdekken dat ze geen belasting verschuldigd zijn.’
The Tax Foundation, een denktank, schat dat Europese bedrijven 1,2 tot 2 miljard euro opstartkosten moeten betalen om de administratie voor de belasting in orde te krijgen. Daarna volgt een jaarlijkse kostprijs van minstens een half miljard euro. ‘Dit is een byzantijns belastinglabyrint’, hekelde Kamerlid Alexia Bertrand (Open VLD) deze week.
Voorafbetalingen
De minimumbelasting verplicht multinationals in elk land waar ze actief zijn 15 procent vennootschapsbelasting te betalen. De taks geldt in België vanaf het boekjaar 2024, waardoor de voorafbetalingen gestart zijn.
De eigenlijke aangifte voor het fiscaal jaar 2024 moest eigenlijk uiterlijk eind november gebeurd zijn, maar de definitieve formulieren waren nog altijd niet klaar. Jambon beloofde deze week in het parlement dat ze ‘snel’ komen. De deadline ligt nu op 26 juni. De overheid rekent op 650 miljoen euro inkomsten.
De kern van het probleem, zegt De Broe, is dat de steun voor de belasting is weggevallen. Toen de OESO, de denktank van de rijke landen, de minimumbelasting in 2021 voorstelde, werd de taks positief onthaald door 140 landen. Tot op vandaag hebben echter maar een zestigtal de taks ook ingevoerd, waarvan de kleine helft Europese landen.
‘Er is een wereld van verschil tussen wat 140 landen in Parijs bij de OESO verklaren en wat ze thuis uitvoeren. China doet niet mee. Brazilië en Mexico evenmin. India is nog niet aan boord. De Verenigde Staten hebben hun eigen taks ingevoerd en claimen dat die compatibel is met het Europese systeem. Maar dat is niet zo. We zitten met een heel groot probleem’.
Trapjes
De minimumtaks werkt in trapjes. Een multinational moet in ieder land waar hij actief is dus 15 procent vennootschapsbelasting betalen. Als dat niet gebeurt, kan de fiscus van het land van het hoofdkantoor belastingen bijheffen tot overal ter wereld die 15 procent is bereikt.
Alleen: zo werkt het dus niet overal. In Europa worden de minimumtaksen al geïnd, terwijl dat in de VS en China niet zo is. Tegen de achtergrond van een handelsoorlog en geopolitieke spanningen zijn ook de administratieve kosten van de taks een last voor Europese bedrijven, maar niet voor hun Amerikaanse of Chinese concurrenten.
Beetje bij beetje dringt dat besef door. In april waarschuwde de Duitse bondskanselier Friedrich Merz dat de taks geen toekomst heeft zonder de Amerikanen.
De Estse minister van Financiën zei vorige maand aan de nieuwssite Politico dat hij vreest dat de taks zijn land meer zal kosten dan dat ze opbrengt. Samen met Malta en Slovakije kregen de drie Baltische staten al uitstel tot 2030 om de taks in te voeren.
Stoppen
De Broe zegt dat hij vier jaar geleden voorstander was van de minimumbelasting, omdat hij ervan uitging dat het om een wereldwijde taks ging. ‘Als je een globale minimumbelasting voor multinationals invoert, moet je starten met een kritieke massa. Die is er vandaag niet. De taks is niet wereldwijd verplicht, is niet gecoördineerd en is niet symmetrisch.’
‘Dit moet stoppen’, concludeert De Broe. ‘Voer dit niet uit. De EU neemt initiatieven om wetgeving te vereenvoudigen en regels te schrappen. Dit moet bovenaan op die lijst staan. We ondergraven onze eigen concurrentiekracht met supercomplexe wetgeving die anderen niet hebben.’
Hij noemt het onvoorzichtig dat de EU het voortouw heeft genomen in de wereldwijde taks, terwijl in de VS nog niet duidelijk was of toenmalig president Joe Biden de belasting door het parlement zou krijgen. Dat is uiteindelijk nooit gebeurd.
Jambon wilde donderdag niet reageren op de discussie, maar zei woensdag in de Kamer dat een evaluatie op Europees niveau op de agenda staat.
Journalist Bart Haeck
Lees ook het artikel in De Tijd
